EXCLUSIEF: Professioneel trader Ruud van Megen uit ‘De Voedselspeculant’ aan het woord.


Precies een week geleden hebben we de VPRO Tegenlicht documentaire:
‘De voedselspeculant; geld, graan en revolutie’ gepost. In deze documentaire gaat de regisseur zelf speculeren en schakelt hulp in van kwantitatief trader Ruud van Megen. De regisseur mag gebruik maken van een professioneel kwantitatief model van Ruud van Megen, een tradingsysteem waarmee hij een voordeel (egde) in de markt heeft. Al snel blijkt dat het opvolgen van de regels om te veel discipline vraagt. Emotie neemt het over en rationeel handelen zit er nauwelijks in.

Aangezien je in deze documentaire enkel de kant van VPRO Tegenlicht ziet, vonden wij het interessant om het eens vanuit de ogen van Ruud van Megen te bekijken. Hier volgt de reactie van Ruud van Megen:

“Bij de Tegenlicht-documentaire wilde de regisseur zelf gaan speculeren in turbo’s op soft commodities, om op die manier te ontdekken hoe het product werkt, en daarnaast zelf een ‘bad guy’ te worden, want de basisvraag van de documentaire was: “Verhoogt de wereldwijde speculatie in soft commodities de prijs van voedingsmiddelen structureel, zodat in arme landen mensen brood niet meer kunnen betalen?”

Dit is een goede vraag; je zou je namelijk ook kunnen voorstellen dat speculatie allerminst prijsopdrijvend hoeft te zijn. Tegenover iedere koper staat immers een verkoper.

Overigens bleek na maandenlang ‘onderzoek’ dat de uitkomst was, dat het grootschalig beleggen in trackers die bijvoorbeeld de graanprijs drukken, prijsopdrijvend kan werken. Ik zelf heb daar mijn twijfels over, maar de redenering van een specialist in Chicago was: wanneer een grote partij steeds maar blijft aankopen voor nieuwe klanten, is er geen sprake van normale handel en kan de prijs hoger worden. Kleine handelaren zouden juist goed zijn voor de markt, omdat zij niet alleen long handelen maar ook short, en zo zorgen voor een markt. Maar dit terzijde.

Het verzoek van de VPRO aan mij was, of ik mijn handelssysteem kon loslaten op soft commodity turbo’s. De VPRO stelde € 5000,00 beschikbaar voor de speculaties en de documentairemaker kon beginnen. We spraken af dat ik hem geregeld in te nemen handelsposities zou emailen, met een limiet erbij wanneer mogelijk. Dit zou merendeels in het weekend gebeuren, omdat het het meest handzaam leek mijn middellange termijn systeem te gebruiken, zodat er niet te veel handel zou zijn.

Zoals het ging kwam de documentaireman geregeld op een goede winst. Hij respecteerde echter de winstlimieten niet – hij nam dus geen winst, zag alles weer verloren gaan, en keerde dan weer bij mij terug om hem te helpen. Eigenlijk heeft hij voortdurend zijn winsten niet genomen, op één keer na, een mais long positie.

Een groot deel van de tijd gaven mijn handelssystemen overigens geen bruikbare signalen op die grondstoffen. Dat klopt natuurlijk ook, want er was in 2011 geen goede trend, en wanneer die er wel was, dan eerder neerwaarts, vooral voor tarwe, dan opwaarts. De documentairemaker wilde echter altijd positie hebben, ook al vond ik dat hij uit de markt moest blijven. Toen hij ondanks de beurscrash in augustus 2011 genoeg winst had – de soft commodities liepen toen op in lijn met de commodity-trend,  + 15 %, meldde ik hem vanuit mijn vakantieadres dat ik hem adviseerde de winst te nemen, niets meer te doen, en na mijn vakantie zouden we dan verder kijken. Antwoord: “Waarom winst nemen? Gaat lekker nu, toch?”

Tja!

Vervolgens kreeg hij de daling in soft commodities over zich heen die toen startte, terwijl hij uiteraard long zat. Op zijn verzoek heb ik hem toen nog een keer uit de brand geholpen met heikele adviezen die gebaseerd waren op waarschijnlijke retracementniveau’s in de downtrends, bijvoorbeeld in koffie. Short gaan in de daling was een probleem; mijn systemen plegen één entry te geven voor de middellange termijn, en wanneer die entry niet waargenomen wordt, in dit geval omdat ik met vakantie was, betekent dat niet dat er nieuw signaal komt. Daarvoor is minimaal een behoorlijke opwaartse correctie noodzakelijk. Dus het moest op de onorthodoxe manier met het bespelen van gebruikelijke retracementniveau’s.

Dat liep weer perfect. Er waren doelniveau’s voor de prijs van de turbo. Een koffieturbo moest doorlopend ingelegd worden bijvoorbeeld. De positie deed op een gegeven moment + 50 %, terwijl hij de winst had moeten nemen op + 35 %. Hij bleek echter het advies niet uitgevoerd te hebben om een doorlopende limietorder in te leggen, en pas toen de koffieprijs weer begon te dalen is hij op een gegeven moment verlies gaan nemen.

Toen heb ik aangegeven dat hij er mee moest stoppen, dat het een zinloze excercitie was als hij de adviezen maar half opvolgde. Gewoon documentaire afmaken en niet meer speculeren. Het ging hem er om te weten hoe die turbo’s werkten, en dat had hij nu genoeg ontdekt.

Vervolgens stelde hij voor om het advies een graanboer in Ohio te volgen. Die dacht dat de tarweprijs zou gaan oplopen. Ik kon in mijn grafieken geen bewijs vinden van de start van een uptrend, en kon de trade dus niet aanbevelen. Maar ik meldde hem dat hij het maar moest doen, zodat hij kon vaststellen of het advies van een in de praktijk betrokken boer beter zou zijn dan van iemand die alleen afgaat op geteste wetmatigheden in een grafiek.

Met dat advies van de boer uit Ohio heeft hij vervolgens zijn grootste verlies gemaakt, want tarwe daalde in plaats van te stijgen.

Nog even iets over de achtergrond van de journalistiek voor prijsvorming in bijvoorbeeld tarwe. De eerste keer dat de filmmakers op bezoek kwamen, werden mij (achteraf een paar jaar oude) krantekoppen voorgelezen over uit de pan rijzende rijst- en tarweprijzen, die voor voedselrellen hadden gezorgd in het Midden-Oosten. Toen ik echter, met lopende camera, de tarweprijs over de laatste vijftig jaar erbij pakte, bleek weinig van een structurele stijging. Er was een piekprijs, in 2008. De prijs piekte daar voor een aantal soft commodities boven de prijzen van de laatste 30 jaar. Het had dus het begin kunnen zijn van een trend. Tarwe was vier keer zo duur als op de bodem van de laatste cyclus in 2005. Maar keken we naar 1974, dan zagen we daar dezelfde prijs.

Ik liet dit on camera zien, en stelde een heel andere vraag: hoe kwamen die politici uit arme landen erbij om speculanten iets te verwijten? De prijzen stegen niet en ze daalden niet, ze fluctueerden alleen, en dat al 40 jaar, maar mogelijk langer. Alles lijkt er vooral op de te wijzen dat boeren geen echte marktprijs krijgen voor hun waren, dat landsubsidies en handelsbarrières normale prijsvorming verstoren, en verder dat graanprijzen feitelijk gedaald zijn (er is immers in die 40 jaar wel inflatie geweest), mogelijk ook omdat inmiddels akkergrond een grotere oogst geeft per hectare. Een feitelijk onderzoek naar wat de prijzen op de graanmarkt bepaalt, zonder de focus op speculatie, is waarschijnlijk meer ter zake. Ook uit het oogpunt van voorlichting aan het publiek.

Aldus Ruud van Megen
www.vanmegentrading.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s